algemeen
diagnostiek
behandeling
gevolgen behandeling
nazorg
auteur
folder
patiëntenvereniging
- Wat
Er bestaan twee typen slokdarmkanker:
- plaveiselcelcarcinoom; deze ontstaat meestal bovenin de slokdarm, in het (normale) slijmvlies dat de slokdarm bekleedt.
- adenocarcinoom; deze bevindt zich meestal onderin de slokdarm en ontstaat in het slijmvlies, dat veranderd is in een maagtype slijmvlies
- Wie
- plaveiselcelcarcinoom: komt even vaak bij mannen als bij vrouwen; leeftijd vanaf 50 jaar
- adenocarcinoom: komt meer voor bij mannen dan bij vrouwen; leeftijd vanaf 50, 60 jaar; is een van de meest voorkomende tumorsoorten in de westerse wereld
- Factoren die een rol kunnen spelen bij het ontstaan
- plaveiselcelcarcinoom: overmatig gebruik van alcohol, roken.
- adenocarcinoom: mogelijk overgewicht; bij zware mensen staat er meer druk op de maag waardoor zure maaginhoud chronisch omhoog komt.
- Klachten / symptomen
De klachten zijn bij beide type slokdarmkanker hetzelfde:
- doorgang van voedsel gaat moeizamer omdat slokdarmopening steeds verder geblokkeerd wordt door groeiende tumor
- pijn
- bij plaveiselcelcarcinoom in vroeg stadium: soms pijn door verandering van slijmvlies
Dezelfde onderzoeken voor beide typen slokdarmkanker:
Om na te gaan of er sprake is van uitzaaiingen:
- CT-scan
- Echo-endoscopie (scopie met echobron aan uiteinde) waarmee vastgesteld kan worden
- in welke mate de tumor door de slokdarmwand is heen gegroeid
- of er in de omgeving opgezette lymfklieren zijn, die duiden op uitzaaiingen
- PET-scan om vast te stellen of de kanker buiten het directe gebied is uitgezaaid.
Dezelfde behandelmethoden voor beide typen slokdarmkanker:
- In een vroeg stadium van de ziekte: chirurgie. De slokdarm wordt weggehaald en de maag wordt opgetrokken en vastgemaakt in de hals. Hoe hoger de tumor zit in slokdarm, deste minder ruimte is er om deze chirurgisch te verwijderen; de stembanden, luchtpijp en bloedvaten zitten dan in de weg.
- Meestal komt de tumor pas aan het licht als hij flink gegroeid is, omdat er dan problemen ontstaan met het passeren van het voedsel. Er wordt onderzocht of de tumor verkleind kan worden met chemotherapie en radiotherapie.
- Als de tumor uitgezaaid is naar naburige lymklieren: combinatiebehandeling van chemotherapie en radiotherapie, gevolgd door operatie.
- Als de kanker via de bloedbaan is uitgezaaid naar andere organen en de tumor er gevoelig voor is: chemotherapie
- Los van de behandeling van de tumor moet het voedsel kunnen passeren. Hiervoor is een aantal opties:
- plaatsen van een buisje in de slokdarm dat de tumor opzij drukt (dit heeft als nadeel dat maagzuur omhoog kan komen)
of
- inwendige radiotherapie: brachytherapie. Dit is een redelijk duurzame methode, maar heeft geen zin als de opening te nauw is
- Na bestraling en/of plaatsing van een buisje moet men voorzichtiger en rustiger eten. Voldoende drinken, goed kauwen.
- Als de slokdarm verwijderd is en de maag direct is vastgemaakt aan de hals, ontstaat daar een richteltje. Dit moet soms na de operatie worden opgerekt. Ook moet men dan, om te voorkomen dat het maagzuur omhoog komt, schuin omhoog liggen.
Algemeen: chirurgie, chemotherapie en radiotherapie gaan gepaard met bijwerkingen.
- Controle van lichaamsgewicht en van mogelijke terugkeer van de tumor. Na afloop van de behandeling wordt met u een controleschema afgesproken.
- Ondersteuning
De behandeling van kanker is vaak intensief. Het NKI-AVL biedt steun bij de verwerking van lichamelijke en psychische klachten als gevolg van diagnose en behandeling. Ook kan er praktisch advies gegeven worden. Eventuele verwijzing is mogelijk en kunt u bespreken met uw arts.
Auteur webinformatie slokdarmkanker: dr. H. Boot; Maag-, darm-, leverziekten.
Slokdarmkanker van KWF Kankerbestrijding
Stichting Doorgang: http://www.kankerpatient.nl/doorgang/
Maag Lever Darm Stichting; www.slokdarmkanker.info
NB
Bovenstaande informatie is bedoeld om een globaal beeld te schetsen van de diagnose en behandeling van deze vorm van kanker in het NKI-AVL. Echter, ieder ziektebeeld is uniek. Uw behandelend arts kan u vertellen welke diagnostische onderzoeken en behandelmethoden van toepassing zijn op uw specifieke aandoening. Daarnaast kunt u bij het Voorlichtingscentrum terecht voor meer informatie.