Maagkanker

algemeen
diagnostiek
behandeling
gevolgen behandeling
nazorg
auteur
folder 
patiëntenvereniging 

Algemene informatie over maagkanker

Wat

  • een vaste (= solide) vorm die zich als een bol in de maag nestelt: het intestinale type.
  • een 'sprieterig' groeiende vorm: het diffuse type.

Wie

  • per jaar zijn er ongeveer 1750 nieuwe patiënten met maagkanker in Nederland, waarvan er ongeveer 125 per jaar in het NKI-AVL worden behandeld of voor een tweede mening worden gezien. In Nederland is het NKI-AVL op dit moment het enige centrum waar zoveel patiënten met maagkanker worden behandeld.
  • De solide vorm van maagkanker komt vooral voor bij ouderen vanaf 60 jaar, de sprieterige vorm treft vaker jongere patiënten.
  • bij mannen komt maagkanker vaker voor dan bij vrouwen.
  • Factoren die een rol kunnen spelen bij het ontstaan van maagkanker zijn:
    • het westerse voedingspatroon (echter, dit is verbeterd door meer vitaminen en minder zout)
    • een bepaalde maagbacterie (Helicobacter pylori) die maagslijmvliesirritatie en uiteindelijk kanker veroorzaakt (echter, deze bacterie komt steeds minder vaak voor)
    • erfelijke factoren (erfelijke maagkanker is heel zeldzaam)

Klachten / symptomen

  • De maag is een groot orgaan, zodat een tumor grote afmetingen kan bereiken voordat er klachten ontstaan. Hieronder staan klachten die patiënten kunnen hebben.
  • in het begin zijn klachten vaak niet kenmerkend voor maagkanker:
    • vage pijn in de (boven)buik
    • sneller een vol gevoel
    • eten valt niet goed
    • braken
    • afvallen zonder duidelijke oorzaak
    • slap gevoel, bleek uiterlijk en snelle vermoeidheid door bloedarmoede (ten gevolge van bloedverlies uit de maagtumor)
    • pikzwarte ontlasting of opbraken van bloed als gevolg van een bloeding uit de kanker
    • braken als gevolg van een afsluiting van de maaguitgang
    • opgezette buik of lever als er sprake is van uitzaaiingen naar buikvlies of lever

Welke diagnostische onderzoeken zijn in het NKI-AVL gebruikelijk bij verdenking op maagkanker?

Om de diagnose maagkanker te kunnen stellen, worden de volgende onderzoeken verricht:

Gastroscopie: bij dit onderzoek bekijkt de maag-darm-leverarts met een flexibele slang de maagwand en het maagslijmvlies. Hierbij kan eventueel weefsel met een happertje (biopt) worden afgenomen.

Echo-endoscopie: de maag-darm-leverarts voert ook dit onderzoek uit. De maag wordt met water gevuld en de echo-endoscoop wordt tegen de zieke maagwand aangelegd om het slijmvlies, en alle andere lagen van de maag in beeld te brengen met geluidsgolven. Ook kan vocht in de buikholte worden aangetoond  en kunnen lymfklieren rond de maag bekeken worden.

CT-scan van de maag en omgevende organen.

Wanneer de diagnose maagkanker vastgesteld is, kunnen aanvullende onderzoeken gebruikt worden om de uitgebreidheid van de ziekte vast te stellen:

Echografie
CT-scan
PET-scan

Laparoscopie

Welke behandelmethoden zijn in het NKI-AVL gebruikelijk bij maagkanker?

Algemeen
Het doel van de behandeling is afhankelijk van het stadium van de maagkanker. Wanneer het mogelijk is, zal het doel van de behandeling het genezen van de patiënt zijn (= curatieve behandeling). Wanneer genezing niet meer haalbaar is, is het doel van de behandeling het uitstellen of verlichten van klachten (= palliatieve behandeling).
De soort behandeling waarvoor gekozen wordt, is voor een belangrijk deel afhankelijk van de uitgebreidheid van de maagtumor, maar ook van de conditie en andere ziekten van de patiënt. Dit geldt vooral voor oudere pati

Curatieve maagkanker behandeling
Een operatie vormt het belangrijkste deel van de curatieve behandeling van maagkanker. Maar, indien geen voorbehandeling of nabehandeling wordt gegeven, komt de kanker bij meer dan de helft van de patiënten na de operatie weer terug. Dit is dan meestal in het gebied waar de oorspronkelijke kanker heeft gezeten, soms treden uitzaaiingen op in andere delen van het lichaam (bijvoorbeeld de lever). Met aanvullende behandelingen, zowel vóór als ná de operatie, wordt geprobeerd de kans op terugkeer van de kanker zo klein mogelijk te maken. Op deze manier wordt de kans op genezing vergroot.

Chirurgie
Doel van de operatie: het verwijderen van de maagkanker met schone randen (= snijvlakken) en zoveel mogelijk lymfeklieren rondom de maag.

Er zijn ruwweg drie soorten maagkankeroperaties te onderscheiden. Afhankelijk van de soort maagkanker en de plek van de kanker in de maag, wordt 1 van de 3 operaties toegepast:

1. Gedeeltelijke maagresectie
Een gedeeltelijke maagresectie houdt in dat een deel van de maag wordt verwijderd (= subtotale of distale maagresectie, zie figuur 1A). Indien de tumor solide is en in de buurt van de maaguitgang zit (= het onderste deel van de maag waar deze met de 12-vingerige darm verbonden is), dan wordt dit onderste deel van de maag weggesneden. Het bovenste deel van de maag wordt behouden en aan de dunne darm vastgemaakt. De nieuwe verbinding is een anastomose volgens Billroth II (BII anastomose) of een Roux-Y verbinding (zie figuur 1B). 

Figuur 1A: Gedeeltelijke maagresectie Figuur 1B: Situatie na een gedeeltelijke maagresectie met Roux-Y verbinding

2. Gedeeltelijke maagresectie met buismaag-reconstructie
Als de tumor solide is en in de maagingang zit (= het bovenste deel van de maag waar deze met de slokdarm verbonden is), dan wordt dit bovenste deel van de maag samen met het grootste deel van de slokdarm weggesneden. Van de rest van de maag wordt een buis gemaakt. Deze buismaag wordt op de plaats van het verwijderde deel van de slokdarm gelegd. Er wordt een nieuwe verbinding gemaakt in de hals tussen de buismaag en het kleine overgebleven deel slokdarm (= buismaag-reconstructie)

Figuur 2: gedeeltelijke maag- en slokdarmresectie met buismaagreconstructie
Bron: www.chirurgenoperatie.nl

3. Totale maagresectie
Een totale maagresectie houdt in dat de hele maag verwijderd wordt (figuur 3A). Als de tumor solide is en zich in het midden van de maag bevindt, of als de maagkanker van het diffuse type is, wordt de gehele maag verwijderd. Na een totale maagresectie wordt een nieuwe verbinding gemaakt tussen de slokdarm en de dunne darm (= Roux-Y verbinding, zie figuur 3B). De maag is geen onmisbaar orgaan; bij verwijdering worden de functies van de maag deels overgenomen door de dunne darm.

Figuur 3A: Totale maagresectie Figuur 3B: Situatie na een totale maagresectie met Roux-Y verbinding

Aanvullende behandeling
Aanvullende behandelingen bij maagkanker kunnen bestaan uit chemotherapie en/of chemoradiotherapie. In steeds meer Nederlandse ziekenhuizen (ook in het NKI-AVL) bestaat de standaardbehandeling uit chemotherapie voor en na de operatie. Echter, afhankelijk van de algehele conditie van de patiënt en de uitgebreidheid van de maagkanker, kan voor chemoradiotherapie gekozen worden. Chemoradiotherapie wordt gegeven voor of na de operatie. In het NKI-AVL ondergaan patiënten deze aanvullende behandelingen binnen en buiten studieverband.

1. Chemotherapie
Chemotherapie voor én na de operatie is de standaardbehandeling. Doel van de chemotherapie is:

  • verkleinen van de tumor
  • vergroten van de kans op een geslaagde operatie
  • verkleinen van de kans op terugkeer van de maagkanker
  • vergroten van de overlevingswinst
  • Deze aanvullende behandeling wordt ook in studieverband (CRITICS-studie) toegepast. Klik hier als u meer wilt lezen over dit onderzoek.

2. Chemoradiotherapie
Chemoradiotherapie houdt in dat bestralingen gecombineerd worden met chemotherapie. Doel van de chemoradiotherapie is eveneens:

  • verkleinen van de tumor
  • vergroten van de kans op een geslaagde operatie
  • verkleinen van de kans op lokale terugkeer van de maagkanker
  • vergroten van de overlevingswinst

Op dit moment wordt chemoradiotherapie vóór de operatie alleen in studieverband (NARCIS-studie) toegepast. U kunt meer lezen over dit onderzoek door hier te klikken. Chemoradiotherapie ná de operatie wordt binnen studieverband (CRITICS-studie), en in zeldzame gevallen buiten studieverband, toegepast. U kunt meer lezen over dit onderzoek door hier te klikken.Klik hier als u meer wilt lezen over dit onderzoek. Chemoradiotherapie ná de operatie wordt binnen studieverband (CRITICS-studie), en in zeldzame gevallen buiten studieverband, toegepast.

Klik hier als u meer wilt lezen over de CRITICS-studie.

Palliatieve maagkankerbehandeling
De maagkanker kan in een vergevorderd stadium zijn waarbij het niet meer mogelijk is om de patiënt te genezen. De palliatieve behandelingen kunnen dan gericht zijn op het verlichten van klachten, het verhogen van de kwaliteit van leven en het verlengen van de overleving van de patiënt. In samenspraak met de patiënt wordt beoordeeld wat gewenst is en welke palliatieve behandeling passend is.

Palliatieve chirurgie
Wanneer vóór de operatie beoordeeld wordt dat de chirurg niet alle maagkanker kan verwijderen, wordt meestal afgezien van een operatie. In dat geval zijn er alleen operatierisico’s en nadelige gevolgen van de operatie, zonder voordeel. Echter, soms wordt in deze situatie toch een operatie voorgesteld, met als doel het verlichten van klachten door de maagkanker.

Palliatieve chemotherapie
Doel van de chemotherapie is:

  • terugdringen van uitgezaaide ziekte
  • verlichten van klachten
  • verlengen van de overleving van de patiënt

Een gunstig effect van palliatieve chemotherapie is aangetoond bij patiënten in goede of redelijke conditie. Er zijn meerdere soorten chemotherapie actief tegen (uitzaaiingen van) maagkanker. De keuze voor een bepaald soort chemotherapie of combinatie van chemotherapiën hangt af van het te bereiken doel, conditie en wensen van de patiënt. In het NKI-AVL ondergaan patiënten palliatieve chemotherapie binnen en buiten studieverband. Op dit moment wordt onderzocht of de combinatie van de volgende chemotherapiën: Docetaxel, Oxaliplatin en Capecetabine met toevoeging van Bevacizumab en Herceptin (trastuzumab), goede resultaten geeft (B-DOCT-studie).

Klik hier als u meer wilt lezen over de B-DOCT-studie.

Palliatieve chemoradiotherapie
Chemoradiotherapie (bestralingen gecombineerd met chemotherapie) is geen behandeling van keuze in de palliatieve situatie.

Palliatieve radiotherapie
Bestraling
(niet in combinatie met chemotherapie) van de maag kan plaatsvinden om bloedverlies uit de tumor te stoppen. Soms wordt bestraling ook gebruikt om pijn door ingroei van tumor in de omliggende organen of als gevolg van uitzaaiingen te verlichten.

Wat zijn de mogelijke bijwerkingen & gevolgen van de behandeling van maagkanker?

Algemeen
Chirurgie, chemotherapie en radiotherapie gaan gepaard met bijwerkingen. Tevens zijn langdurige gevolgen door de gegeven behandeling te verwachten.

Bijwerkingen

Chirurgie
Een gedeeltelijke of totale maagresectie heeft gevolgen voor de spijsvertering en kan voedingsproblemen geven:
• snelle verzadiging
• afwezigheid van een hongergevoel
• niet kunnen opnemen van vitamine B12 en ijzer
• oprispen van maagzuur en/of galsap
• ‘dumping’klachten

Dumping’klachten ontstaan omdat het voedsel na een maagresectie sneller in contact komt met de dunne darm. Het voedsel wordt niet meer opgevangen en voorgemasseerd door de maag. ‘Dumping’klachten kunnen zijn:

  • de maaltijd valt minder prettig
  • u voelt zich slap of misselijk (suiker-insuline balans is minder stabiel)
  • u gaat meer transpireren (omdat er vocht naar de darm toegetrokken wordt)

Deze klachten samen worden ook wel “dumping syndroom” genoemd. Om de spijsvertering zo goed mogelijk te laten verlopen, kunt u het beste kleine porties eten, gelijkmatig verdeeld over de dag.

Na een gedeeltelijke maagresectie met buismaagreconstructie verliest de maag haar verzamelfunctie. De buismaag dient als nieuwe slokdarm. Door verlittekening van de nieuwe verbinding tussen de buismaag en het overgebleven deel van de slokdarm in de hals kunnen passageklachten ontstaan. Het litteken voelt als een richeltje waar het voedsel 'overheen' moet. Indien dit optreedt, kan de nieuwe verbinding worden opgerekt door de maag-darm-leverarts.

Omdat voedingsproblemen na een maagresectie veel voorkomen plaatst de chirurg bij iedere patiënt aan het einde van de operatie een voedingssonde in de dunne darm (= jejunostomie). Via dit slangetje kan na de operatie sondevoeding gegeven worden.

Chemotherapie
Bijwerkingen van chemotherapie verschillen per soort chemotherapie. Over het algemeen bestaan bijwerkingen uit misselijkheid, braken, diarree, slijmvliesbeschadiging in de mond, haaruitval, beschadiging van zenuwuiteinden, hand-voet syndroom, spierpijn, huidirritatie en vermoeidheid. Ook kan de aanmaak van bloedlichaampjes in het beenmerg geremd worden. Gevolg hiervan is bloedarmoede en een verhoogde kans op infecties. Verschillende maatregelen worden getroffen om deze bijwerkingen te voorkomen en te bestrijden. Eén daarvan kan bijvoeding zijn, met drinkvoeding of, zo nodig, met sondevoeding via een slangetje door de neus/keelholte.

Chemoradiotherapie
Bijwerkingen van de chemotherapie (verschillend per soort chemotherapie) zijn hierboven beschreven.
Bijwerkingen van de bestralingen zijn misselijkheid, verminderde eetlust en vermoeidheid. Deze klachten nemen meestal toe aan het eind van de behandeling. Verschillende maatregelen worden getroffen om deze bijwerkingen te voorkomen en te bestrijden. Eén daarvan kan bijvoeding zijn, met drinkvoeding of, zo nodig, met sondevoeding via een slangetje door de neus/keelholte.

Gevolgen behandeling
De maagkankerbehandeling heeft gevolgen voor het functioneren van het lichaam. De maag is geen onmisbaar orgaan, maar het verwijderen van de maag heeft natuurlijk wel gevolgen. Ook kunnen chemotherapie en radiotherapie gevolgen op de langere termijn hebben. De behandeling heeft de grootste invloed op de voedingstoestand. In het NKI-AVL is altijd een diëtist betrokken bij de behandeling van de patiënt met maagkanker. De diëtist zal u tijdens en indien nodig, na de maagkankerbehandeling begeleiden.

Tijdens de maagkankerbehandeling kan de diëtist u adviseren tijdelijk sondevoeding te gebruiken. Sondevoeding wordt gebruikt om ondervoeding te voorkomen. Het is belangrijk om ondervoeding te voorkomen omdat patiënten met ondervoeding moeilijker herstellen na de operatie. Wanneer u een nabehandeling zal ondergaan, is het in het bijzonder erg belangrijk om op gewicht te blijven na de operatie. Dan ondergaat u de nabehandeling in een zo optimaal mogelijke conditie.

Na de maagkankerbehandeling blijft het lastig voor patiënten om het gewicht stabiel te houden en om de juiste voedingsstoffen binnen te krijgen. Dit leidt veelal tot een aangepast voedingspatroon. Indien nodig, zal de diëtist u ook voor een langere periode na de maagkankerbehandeling begeleiden.

Welke nazorg biedt het NKI-AVL bij maagkanker?

  • Regelmatige controle bij uw behandelend arts. U kunt met uw arts bespreken hoe het met u en uw spijsvertering gaat.
  • Afspraken met de diëtist voor een dieet dat optimaal afgestemd is op uw situatie.
  • De behandeling van kanker is intensief. Het NKI-AVL biedt steun bij de verwerking van lichamelijke en psychische klachten als gevolg van diagnose en behandeling. Ook kan er praktisch advies gegeven worden. Verwijzing naar de afdeling Dienst Begeleiding en Ondersteuning is mogelijk en kunt u bespreken met uw arts.

Auteur

Auteurs webinformatie maagkanker:
dr. H. Boot, maag-darm-leverarts
dr. J. van Sandick, chirurg
dr. E. Jansen, radiotherapeut

Folder

Maagkanker van Maag Lever Darm Stichting
http://www.maagkanker.info/brochures/

Patiëntenvereniging

Stichting voor Patiënten met Kanker aan het Spijsverteringskanaal
http://www.spks.nfk.nl

NB

Bovenstaande informatie is bedoeld om een globaal beeld te schetsen van de diagnose en behandeling van deze vorm van kanker in het NKI-AVL. Echter, ieder ziektebeeld is uniek. Uw behandelend arts kan u vertellen welke diagnostische onderzoeken en behandelmethoden van toepassing zijn op uw specifieke aandoening. Daarnaast kunt u bij het Voorlichtingscentrum terecht voor meer informatie.