algemeen
diagnostiek
behandeling
gevolgen behandeling
nazorg
auteur
folder
eierstokkanker (NIET erfelijk of familiair)
- Wat
Eierstokkanker is een kwaadaardig gezwel aan één of beide eierstokken. Van alle vormen van eierstokkanker is 5% erfelijk bepaald. De erfelijke vorm is het gevolg van een mutatie in het BRCA 1 of II gen. Deze mutaties leiden eveneens tot een verhoogd risico op borstkanker.
- Wie
Eierstokkanker in erfelijke vorm komt meestal voor bij vrouwen tussen de 35 en 60 jaar.
- Factoren die een rol kunnen spelen bij het ontstaan
- Mutatie van het BRCA I gen: 50% kans op eierstokkanker; hierbij spreken we van de erfelijke vorm
- Mutatie van het BRCA II gen: 25% kans op eierstokkanker; ook hierbij spreken we van de erfelijke vorm
- Geen mutatie, maar wel drie personen met borst en/of eierstokkanker in twee generaties van de familie. De kans op eierstokkanker ligt voor deze groep lager: 10-15%; hierbij spreken we van de familiaire vorm
- Klachten / symptomen
- GEEN, omdat er nog geen sprake is van kanker
Vrouwen met erfelijke of familiaire risicoverhoging, dus met een gemuteerd BRCA I gen of BRCA II gen, of met drie personen met borst en/of eierstokkanker in twee generaties van de familie, worden geadviseerd om naast regelmatig borstcontroles ook gynaecologische controles te ondergaan.
De gynaecologische controle (screening) vindt plaats vanaf het 35ste jaar, éénmaal per jaar. Zo'n screening houdt in:
Indien een of meerdere van deze onderzoeken een afwijkend resultaat oplevert zal vervolgd worden met gerichtere zoekmethoden, zoals
Doorgaans wordt geen biopsie verricht van een eierstok omdat bij aanprikken de kanker zich agressief kan verspreiden in de buikholte.
De micro-array techniek die gehanteerd wordt bij erfelijke borstkanker is nog niet geschikt gebleken bij eierstokkanker.
NB! Een goede screenings-uitslag kan nooit 100% uitsluiten dat er toch sprake is van beginnende eierstokkanker.
-
Draagsters van een gemuteerd BRCA I of II gen worden doorgaans geadviseerd om de eierstokken
preventief te laten verwijderen. Preventieve operatie vindt doorgaans plaats vanaf het 35ste levensjaar. Deze operatie is
laparoscopisch, geschiedt dus inwendig via kleine sneetjes in de buik. Voorwaarde voor preventieve verwijdering is dat er geen sprake van (verdere) kinderwens.
Het is gebleken dat het weefsel van de eileiders een soortgelijke vorm van kanker kan veroorzaken. Deze worden daarom samen met de eierstokken verwijderd.
-
Bij vrouwen uit belaste families zonder aangetoonde mutatie is het risico op eierstokkanker niet zo hoog als bij mutatiedraagsters. Preventieve maatregelen worden daarom niet altijd geadviseerd, wel worden zij gescreend.
-
Vrouwen die preventieve operatie overwegen wordt ook psychologische begeleiding aangeboden.
De preventieve verwijdering van eierstokken heeft, indien uitgevoerd vóór de natuurlijke overgang, ingrijpende consequenties. Deze worden vooraf met u uitgebreid doorgenomen op de Polikliniek Gynaecologie.
Na het verwijderen van de eierstokken treden altijd overgangsklachten op:
Verder kunnen o.a. optreden:
Redenen waarom preventief verwijderen nuttig is:
-
Omdat het eierstokweefsel volledig is verwijderd, is de kans op eierstokkanker verwaarloosbaar (maar niet helemaal 0%)
-
De kans op borstkanker wordt met 50% gereduceerd
Vrouwen die na de overgang hun eierstokken laten verwijderen krijgen geen extra hormonale klachten.
Welke nazorg biedt het NKI-AVL na preventieve verwijdering van eierstokken en/of eileiders?
- Controle
Omdat het eierstokweefsel volledig is verwijderd en de kans op eierstokkanker verwaarloosbaar is geworden, is langdurige contole niet nodig.
- Begeleiding bij overgangsklachten na de operatie.
- Algemene ondersteuning.
Auteur webinformatie erfelijke eierstokkanker: mevr. M.A.C. Lubsen-Brandsma, gynaecoloog.
Eierstokkanker van KWF Kankerbestrijding
Patiëntenvereniging
Werkgroep Erfelijke Borst- en Eierstokkanker:
http://www.brca.nl/
NB
Bovenstaande informatie is bedoeld om een globaal beeld te schetsen van de diagnose en behandeling van deze vorm van kanker in het NKI-AVL. Echter, ieder ziektebeeld is uniek. Uw behandelend arts kan u vertellen welke diagnostische onderzoeken en behandelmethoden van toepassing zijn op uw pecifieke aandoening. Daarnaast kunt u bij het Voorlichtingscentrum terecht voor meer informatie.