Pijnbestrijding

Doel
Kanker hoeft niet altijd gepaard te gaan met pijn
Ook de behandeling van kanker kan pijn veroorzaken
Pijnbeleving is persoonlijk

Middelen
Bijwerkingen
Pijnbestrijding is maatwerk
Opiaten als pijnstiller: geen verslavingseffect
Geen totale verdoving
Niet iedere pijn is even goed te bestrijden
Eerst specialist, in sommige gevallen pijnbestrijder
Folder
Auteur

Doel

Doel van pijnbestrijding is de pijn die met kanker samengaat, of de pijn die veroorzaakt wordt door de behandeling ervan, zo dragelijk mogelijk te maken. In 80 tot 90% van de gevallen kan de pijn tot een dragelijk niveau teruggebracht worden.

Kanker hoeft niet altijd gepaard te gaan met pijn

Wel is het zo dat de kans op pijn toeneemt bij progressie van de ziekte. Overigens kunnen ook goedaardige tumoren pijn veroorzaken.

Ook de behandeling van kanker kan pijn veroorzaken

Voorbeelden hiervan zijn: pijnlijke slijmvliezen als gevolg van chemotherapie of radiotherapie, pijn aan handen en voeten als gevolg van zenuwbeschadiging door chemotherapie. Ook kan zenuwbeschadiging optreden na een operatie, bijvoorbeeld na een longoperatie of wanneer de okselklieren bij borstkanker zijn verwijderd.

Pijnbeleving is persoonlijk

Ieder mens ervaart pijn op zijn eigen manier. Naast fysieke oorzaken spelen angst en onrust een rol bij de pijnervaring; zo kunnen mensen die angstig of depressief zijn de pijn vaak sterker voelen.
Bij de individuele patiënt wordt geprobeerd de ernst van de pijn te meten door deze een cijfer te geven (0 = geen pijn, 10 = de ergste pijn die men zich kan voorstellen). Op die manier wordt het beloop van de pijn en het effect van de therapie gemeten.

Middelen

Er bestaan diverse methoden om de pijn die door kanker wordt veroorzaakt te bestrijden:

  • Medicijnen
    Pijnstillers kunnen worden toegediend:
    • via de mond: pillen, drankjes
    • via de huid: pleisters
    • via injecties
    • via een continu infuus in een bloedvat of onderhuids. Dit infuus wordt aangesloten op een draagbaar pompje en kan in een buiktasje meegenomen worden. Een continu infuus wordt o.a. gebruikt 
      • als mensen niet (meer) kunnen slikken
      • als de pijn met de andere methodes onvoldoende onder controle gekregen kan worden
    • via een catheter in de rug: epiduraal of spinaal catheter, als de pijn met de andere methodes onvoldoende onder controle gekregen kan worden

Naarmate de pijn toeneemt wordt de dosis van een medicijn opgevoerd of wordt eventueel overgegaan op een pijnstiller met een sterker effect 

  • Zenuwblokkades
    Als pijnstillende medicatie tekort schiet en als het gebied zich ervoor leent, kunnen aanvullend op de medicatie bepaalde zenuwen uitgeschakeld worden. Een zenuwblokkade kan diverse malen herhaald worden.  

Bijwerkingen

Pijnstillers kunnen de volgende bijwerkingen hebben:

  • Slaperigheid
  • Misselijkheid
  • Obstipatie

Door de medicatie met een lage dosis te beginnen en stapsgewijs op te voeren, treden deze bijwerkingen bijna niet op of verdwijnen ze weer. Dit geldt echter niet voor obstipatie; bijna altijd moeten er laxeermiddelen gebruikt worden.

Pijnbestrijding is maatwerk

De meeste middelsterke en sterke pijnstillers zijn opiaten. Enerzijds zijn ze aan elkaar verwant, anderzijds vertonen ze onderlinge verschillen. Pijnstillers die bij de ene persoon werken, kunnen bij een ander zonder effect blijven. Ook kan de ene patiënt meer last hebben van bijwerkingen dan de andere. Daarom kan het zinvol zijn om van de ene pijnstiller op een andere over te schakelen.
Voor specifieke soorten pijn, zoals botpijn of zenuwbeschadigingspijn, kunnen algemene pijnstillers aangevuld worden met medicijnen die gericht zijn op deze specifieke pijnen.  

Opiaten als pijnstiller: geen verslavingseffect

Gebruik van morfine of aanverwante middelen als pijnstilling leidt niet tot verslaving. Als de pijn door andere behandelingen, zoals chemotherapie of radiotherapie vermindert, kunnen de pijnstillers vaak ook stapsgewijs verminderd en tenslotte gestaakt worden.
Ook leidt het gebruik van de pijnstillers niet tot gewenning. Dat wil zeggen dat bij gelijkblijvende oorzaak van de pijn de dosis niet steeds opgehoogd hoeft te worden. Als de dosis omhoog moet is dat doorgaans omdat de oorzaak van de pijn toeneemt.

Geen totale verdoving

Algemene pijnstillers werken verdovend op alle pijnsignalen in het lichaam, maar de signalen verdwijnen niet volledig. Als u uw knie stoot of als uw vinger ontoken is, voelt u dit wel degelijk.  

Niet iedere pijn is even goed te bestrijden

De ene soort pijn is moeilijker te bestrijden dan de andere. Dit kan samenhangen met de plek van de tumor en druk op de zenuwen.  

Eerst specialist, in sommige gevallen pijnbestrijder

In het NKI-AVL wordt pijn in eerste instantie bestreden door uw behandelend arts. Zonodig wordt u doorverwezen naar artsen die gespecialiseerd zijn in pijnbestrijding. U kunt hier natuurlijk ook zelf om vragen.

Folder

Pijnbestrijding bij kanker van KWF Kankerbestrijding

Auteur

Auteur webinformatie pijnbestrijding: mevr. M. van der Weide, pijnarts.