Wat is een cystoscopie?
Bij een cystoscopie bekijkt de uroloog de binnenkant van de plasbuis en de blaas met behulp van een endoscoop. Er kan een flexibele of een starre endoscoop worden gebruikt bij zowel mannen als vrouwen.
Het onderzoek
In de kleedkamer ontkleedt u het onderlichaam. U neemt plaats op de scopietafel, uw benen rusten gespreid in steunen. De penis of schaamlippen worden gedesinfecteerd. Daarna wordt in de plasbuis een verdovend glijmiddel gespoten. Als dat is ingewerkt, brengt de uroloog de cystoscoop via de plasbuis de blaas in.
Om de blaas tot ontplooiing te brengen, wordt steriel water in de blaas gebracht. De uroloog bekijkt de blaaswand, de wand van de plasbuis en (bij mannen) de doorgang in de prostaat. Van afwijkingen neemt hij een biopt, dat wordt onderzocht in het pathologisch laboratorium.
Als de cystoscopie klaar is, kan het zijn dat u de spoelvloeistof even later nog moet uitplassen.
U verlaat de tafel en kleedt zich weer aan.
De uitslag
Als bij de cystoscopie niets afwijkends is te zien, zal de uroloog u dat meteen vertellen. Als er biopten zijn genomen, duurt het meestal een week voordat het pathologisch laboratorium de uitslag daarvan heeft. Uw arts zal deze uitslag bij uw eerstvolgende afspraak met u bespreken.
Voorbereiding
U hoeft thuis geen voorbereidingen te treffen voor cystoscopie.
Hoe voelt het?
- Ondanks het verdovende glijmiddel dat in de plasbuis wordt ingebracht, kunt een vervelend gevoel aan de plasbuis ervaren als de scoop wordt ingebracht.
- Als de spoelvloeistof de blaas heeft gevuld, ontstaat de aandrang om te plassen. Zolang de scoop in de blaas zit, kunt u echter niet plassen en blijft de blaas deze signalen uitzenden.
Bijwerkingen
- Na de cystoscopie is de plasbuis nog een paar dagen gevoelig. U kunt het plassen vergemakkelijken door veel te drinken, waardoor de urine minder geconcentreerd is en minder brandt.
- De urine kan een dag of twee roodgekleurd zijn, met name als er biopten zijn genomen.
Nazorg
- Mogelijk krijgt u na de cystoscopie antibiotica
- U neemt contact op met u behandelend arts als u
- koorts krijgt (boven de 38,5º C)
- veel pijn krijgt
- langdurig klachten houdt aan de plasbuis en met plassen
Iemand meenemen?
Als u tijdens het onderzoek iemand als steun bij u wilt, kunt u dit het best ter plaatse overleggen met de arts.