Bronchoscopie

Wat is een bronchoscopie? 

Bij een bronchoscopie wordt via de mond of de neus een endoscoop in de luchtwegen geschoven om deze nader te onderzoeken. De longarts kijkt tijdens het onderzoek in de zoeker van de scoop en bedient daarbij ook de andere functies.

Het onderzoek 

Voordat het onderzoek van start gaat wordt uw mond-, keel- en neusholte met een spray verdoofd. Dit onderdrukt de kokhalsreflex.   
Tijdens het onderzoek ligt u op uw rug op de behandeltafel of zit u rechtop in een behandelstoel. Aan uw vinger krijgt u een sensor, die tijdens het onderzoek het zuurstofgehalte in uw bloed registreert.
Als de verdovingsspray is ingewerkt, schuift de longarts de scoop via uw neus of uw mond de keel in en zo verder omlaag door de luchtpijp naar de bronchiën. Om te voorkomen dat u gaat hoesten worden deze lager gelegen luchtwegen via de scoop steeds wat verdoofd met een sproeier. 

Voorbereiding

  • Met betrekking tot de medicatie die u gebruikt, krijgt u aanwijzingen van uw arts die u moet opvolgen. Sommige medicijnen mag u niet innemen, anderen moet u juist wel gebruiken, ondanks het feit dat u verder nuchter moet blijven. 
  • Voorafgaand aan en bronchoscopie moet u nuchter zijn. U mag vanaf 12 uren voorafgaand aan het onderzoek niets meer eten of drinken.
  • Mogelijk wordt voorafgaand aan de bronchoscopie een infuus bij u ingebracht.
  • We raden u aan iemand mee te nemen die u na het onderzoek thuis kan brengen.

Hoe voelt het?

  • Tijdens een bronchoscopie is de luchtweg niet afgesloten. U kunt blijven ademhalen. U krijgt extra zuurstof via een neusbrilletje.
  • Het idee een bronchoscopie te moeten ondergaan kan spanning of angst veroorzaken. Als u dat wenst kunt u vooraf ontspannende medicatie krijgen
  • Na het onderzoek is uw keel een paar dagen gevoelig en kunt u een tijdje hees zijn.

Nazorg

U mag na het onderzoek twee uur lang niets drinken of eten. Daarna wordt uw dieet geleidelijk opgebouwd van ijsblokjes naar helder vloeibaar tot u, zonder zich te verslikken, weer vast voedsel kunt eten. Het slikken is na de bronchoscopie nog enige tijd verstoord door de uitwerkende verdovingsspray en irritatie van het strottenhoofd door de scoop.
Opgehoest slijm moet worden opgevangen in een potje, om te kunnen controleren of er geen nabloedingen optreden in de luchtwegen. Als u een biopsie hebt ondergaan, moet het hoesten worden onderdrukt, omdat dit een nabloeding kan veroorzaken.
Na de bronchoscopie kunnen de volgende symptomen bij u optreden:

  • benauwdheid
  • bloed ophoesten
  • moeilijk slikken 
  • geïrriteerde keel

Als deze klachten aanhouden moet u contact opnemen met uw arts.

De uitslag

De uitslag van de bronchoscopie en eventuele biopsieën uit de luchtwegen verneemt u van uw behandelend arts bij uw eerstvolgende afspraak.

Iemand meenemen

U mag iemand meenemen om u te steunen. Als u deze persoon bij u wilt tijdens het onderzoek, kunt u dit ter plaatse overleggen met de arts.