Waarom bloedonderzoek?
Onderzoek van uw bloed kan veel informatie geven over uw gezondheid. Bloed bestaat uit vele stoffen en als de hoeveelheid van een bepaalde stof afwijkt van de 'normaalwaarden', kan dit duiden op een stoornis in uw lichaam.
Uw bloed kan worden onderzocht op bijvoorbeeld rode en witte bloedcellen, glucose, ijzer, calcium, enzymen, tumormarkers, hormonen, etc.. De arts bepaalt welk onderzoek moet worden gedaan op basis van uw ziektegeschiedenis en het lichamelijk onderzoek. Ook in het verdere verloop van uw behandeltraject, zal -indien nodig- regelmatig bloed worden afgenomen.
Het onderzoek
De analist/doktersassistent doet een elastische band om uw bovenarm, om ‘stuwing’ van het bloed te creëren. Nadat de huid plaatselijk is ontsmet met alcohol, neemt de hij bloed af door een naald te prikken in het bloedvat (=venapunctie) in de elleboogsplooi. Als de naald in het bloedvat zit, maakt hij de elastische band los, waardoor het bloed met een hogere druk dan normaal door het vat stroomt en gemakkelijk is af te nemen. (Een enkele keer, zoals bij het bepalen van glucose, kan worden volstaan met een vingerprik.)
Wanneer meer bepalingen tegelijkertijd worden aangevraagd, zijn soms verschillende buisjes nodig. Deze buisjes kunnen achter elkaar aan de naald worden gekoppeld.
Als het bloed bij u is afgenomen, wordt na verwijdering van de naald het gaatje even stevig dichtgedrukt, om nabloeden te voorkomen.
De uitslag
De uitslagen van het bloedonderzoek worden door de analist opgeslagen in het ziekenhuisinformatiesysteem. Zo kan uw arts de uitslagen opvragen op het moment dat hij deze nodig heeft.
De uitslag is meestal dezelfde dag bekend en zal door de arts met u worden besproken.
Bloedonderzoek dat met een spoedindicatie is aangevraagd, wordt met voorrang behandeld. De uitslag daarvan is meestal binnen enkele uren bij uw arts bekend.
Voorbereiding
Afhankelijk van het soort bloedonderzoek dat door de arts is aangevraagd, kan een bepaalde voorbereiding op het bloedafnemen noodzakelijk zijn, bijvoorbeeld nuchter blijven of bepaalde medicijnen niet of juist wél innemen. U krijgt hiervoor de benodigde instructies van uw arts.
Hoe voelt het?
De prik in het bloedvat geeft een branderig gevoel.
Bijwerkingen
Er zijn geen bijwerkingen.
Iemand meenemen?
U mag iemand meenemen om u te steunen.