Inleiding
Gesprek met de radiotherapeut
Simulator
Uitwendig bestralen
Inwendig bestralen: brachytherapie
Bijwerkingen
Controle en resultaat
Combinatie met andere behandelingen
Folders
Veelgestelde vragen
Praktische tips
Telefoonnummers
Lokale behandeling van kanker
Radiotherapie bestaat uit het toedienen van radioactieve straling om kanker op een bepaalde plek te behandelen. De straling vernietigt kankercellen of remt deze in hun groei. Ook gezond weefsel dat zich rond de tumor bevindt, kan door straling worden beschadigd. Gezonde cellen zijn echter beter bestand tegen straling en kunnen zich sneller herstellen. De opzet van de behandeling is om het gezwel zo veel mogelijk te vernietigen en het gezonde weefsel te sparen.
Radiotherapie kan ingezet worden als
- Curatieve behandeling, om te genezen
- vernietiging van het gezwel
- het gezwel zodanig verkleinen dat het operatief verwijderd kan worden
- verwijderen van resterende kwaadaardige cellen na operatie
- Palliatieve behandeling, om symptomen te bestrijden
- het gezwel zodanig verkleinen dat het naburige organen minder hindert
- pijn verminderen die door kanker veroorzaakt wordt
- bloeding stoppen die door kanker veroorzaakt wordt
- voorkoming verlamming door druk op ruggenmerg
- voorkoming botbreuken bij uitzaaiing in botten
Radiotherapie is een veelgebruikte methode om kanker te behandelen en wordt gegeven bij ongeveer de helft van de patiënten.
Soms wordt radiotherapie alleen gebruikt, maar vaak ook in combinatie met chirurgie, chemotherapie of beide. Radiotherapie wordt vaak toegepast bij borstkanker, hoofd-halskanker, prostaatkanker en baarmoederkanker.
Als palliatieve behandeling is radiotherapie erg effectief: 80% van de patiënten heeft baat bij radiotherapie als pijnbestrijding.
Meestal begint de behandeling met een afspraak met de radiotherapeut (bestralingsarts). Hij neemt de resultaten van de diagnostische onderzoeken nog eens met u door en beantwoordt uw vragen. Soms volgen nog een algemeen medisch onderzoek en aanvullende onderzoeken, zoals röntgenonderzoek, bloedonderzoek of MRI-scan. Als alle gegevens zijn verwerkt, bespreekt de radiotherapeut met u het algemeen behandelplan, de bijwerkingen en de te verwachte resultaten. Verder wordt een afspraak met u gemaakt voor de simulator.
Lokaliseren van het gezwel
De simulator is een ruimte waar de bestraling wordt voorbereid. Met behulp van een röntgenapparaat en een CT-scan wordt het gezwel gelokaliseerd. De CT-scan levert driedimensionale beelden, het röntgenapparaat zorgt voor tweedimensionale beelden. Op het röntgenapparaat zit tevens een lichtbron waarmee de omtrek van het te bestralen gebied op de huid kan worden geprojecteerd, zodat het bestralingsveld kan worden gemarkeerd.
Bestralingsplan
Aan de hand van de röntgenfoto's, de CT-scans en het behandelplan van de radiotherapeut, stelt de bestralingsarts vast hoeveel straling nodig is voor de behandeling, hoeveel straling u per sessie moet krijgen, waar u bestraald moet worden en hoe dit moet gebeuren: het bestralingsplan.
Bestralingsveld
Aan de hand van enkele markeringen op de patiënt wordt het bestralingsapparaat ingesteld. De markeringen zorgen ervoor dat u iedere keer in dezelfde juiste houding ligt op de bestralingstafel. Rond het gemarkeerde veld vindt de bestraling plaats, vanuit 17 richtingen.
Iso-centrum
Het lasersysteem projecteert strakke lijnen die over de patiënt lopen. Aan de hand van de lijnen leggen de laboranten de patiënt perfect recht. Daarna wordt het bestralingsapparaat gericht op de juiste plek. Met drie punten bepaalt de bestralingsarts het isocentrum, meestal het midden van de tumor.
Lamellen
De tumor is geen gaaf rond balletje, maar heeft vanuit iedere richting een andere vorm. Deze vormen moeten door het bestralingsapparaat gevolgd worden. In de kop van het bestralingsapparaat zitten een soort lamellen, aangestuurd door elektromotoren, waarmee deze verschillende vormen lichtbundels gecreëerd kunnen worden.
Masker
Als er in het hoofd-halsgebied bestraald moet worden, wordt eerst een masker gemaakt. Dit is noodzakelijk omdat het hoofd makkelijk beweegt. Het masker wordt op de tafel gefixeerd zodat de patiënt iedere keer in dezelfde positie ligt. Ook voor de ledenmaten worden plastic fixatiematerialen gebruikt.
CT-scan ter controle
Vlak voor de bestraling wordt er een CT-scan gemaakt om te controleren of de patiënt inderdaad in de juiste positie ligt. De zojuist gemaakte scan wordt vergeleken met de oude scan. Correcties worden met de hand gedaan. Na een paar sessies ontstaat er een patroon waar rekening mee gehouden wordt. In de toekomst zullen de correcties door de computer berekend worden.
Duur
Het onderzoek op de simulator duurt meestal een halfuur, maar kan uitlopen tot twee uur.
Door de huid
Radiotherapie wordt in de meeste gevallen (90%) uitwendig toegediend. Uitwendig wil zeggen dat de bestralingsapparatuur zich buiten het lichaam bevindt en de tumor door de huid heen wordt bestraald.
De praktijk
U gaat op de tafel van het bestralingsapparaat liggen. Als er een masker gemaakt is voor bestraling van het hoofd-halsgebied, krijgt u dit op. Met behulp van lichtbundels stellen de laboranten het toestel nauwkeurig in op de markeerlijnen op uw huid of masker. Als u in de juiste positie ligt, gaan de laboranten de kamer uit naar de nabijgelegen bedieningsruimte zodat zij zelf niet aan de straling blootstaan.
U blijft zo stil mogelijk liggen. De laboranten schakelen het apparaat in en hoort u een zoemend geluid. De bestraling zelf duurt een paar minuten. Na de voorgeschreven dosis slaat de apparatuur automatisch af en komen de laboranten weer bij u. Het instellen van de apparatuur, het uitkleden, de bestraling en het aankleden duurt bij elkaar zo'n 10 tot 15 minuten.
Contact met laboranten
De laboranten houden vanuit de bedieningsruimte direct contact met u. Ze kunnen u zien op hun tv scherm en praten met u via de intercom. U kunt ze altijd waarschuwen als u moet niezen, hoesten, anders wilt liggen of als u wilt stoppen. Eventueel schakelen ze het bestralingsapparaat uit en komen ze naar u toe.
Meerdere bestralingssessies
De meeste patiënten worden meer dan eenmaal bestraald. Als een hoge dosis noodzakelijk is wordt deze namelijk beter verdragen wanneer toegediend in meerdere kleine fracties. De kankercellen worden door de herhaling zo grondig mogelijk vernietigd, terwijl beschadigd gezond weefsel tussen de bestralingen door de tijd krijgt zich te herstellen. De radiotherapiesessies vinden meestal dagelijks plaats op werkdagen gedurende een aantal weken - dit kan oplopen tot 7 à 8 weken. Het kan ook voorkomen dat bestraling eenmalig wordt toegediend, bijvoorbeeld bij palliatieve behandeling.
Direct contact met gezwel
Naast uitwendig kan radiotherapie ook inwendig toegediend worden: brachytherapie. Inwendige bestraling komt minder voor: in ongeveer 10% van de gevallen wordt hiervoor gekozen. Bij brachytherapie wordt de radioactieve bron direct in contact gebracht met het gezwel, waarbij de straling dichtbij of in de tumor wordt afgegeven. Voordelen van inwendige radiotherapie zijn:
- er kan plaatselijk een hoge dosis toegediend worden
- er wordt weinig omliggend weefsel beschadigd
Er bestaan twee vormen van inwendige bestraling:
- intracavitair: de radioactieve bronnen wordt in een bestaande lichaamsholte geplaatst, bijvoorbeeld in het baarmoederkanaal bij baarmoederhalskanker
- interstitieel: de radioactieve bronnen worden direct in het gezwel aangebracht, bijvoorbeeld bij prostaatkanker.
Intra-operatieve bestraling
Het komt voor dat inwendige bestraling toegediend moet worden tijdens een operatie. Deze intra-operatieve bestraling gebeurt onder narcose. De opname duurt meestal een aantal dagen.
Hoewel gezond weefsel zoveel mogelijk ontzien wordt bij de bestraling, is het onvermijdelijk dat naburige organen enige schade oplopen, wat weer tot klachten kan leiden. Deze klachten zijn afhankelijk van de intensiteit van de straling en van de plek die bestraald wordt.
Enkele voorbeelden:
- huid: kan rood en schilferig worden. In sommige gevallen kunnen blaren ontstaan. Ook haaruitval is een mogelijkheid.
- hoofd-halsgebied: irritatie van mond en keelslijmvlies waardoor slikklachten of heesheid kunnen optreden
- buik: misselijkheid en diarree, vaker plassen.
- geslachtsorganen: als deze direct bestraald worden kan onvruchtbaarheid optreden
- zweetklieren: kunnen stoppen met de productie van zweet
De meest klachten zijn goed te behandelen. Uitzondering is de meest voorkomende algemene klacht: vermoeidheid. Omdat het effect van radiotherapie plaatselijk is, kunnen veel mensen hun gewone levenspatroon voortzetten en soms zelfs tussen de sessies gewoon naar hun werk gaan. De klachten zijn het hevigst aan het eind van de serie bestralingen. Meestal duurt het enkele weken voordat alle bijwerkingen zijn verdwenen.
Controle en resultaat
De tijd tussen eerste afspraak en eerste bestralingssessie bedraagt 2 à 4 weken; meestal neemt de voorbereiding ongeveer zoveel tijd in beslag. Tijdens de bestralingsserie wordt regelmatig gecontroleerd hoe u de behandeling verdraagt. Ook na de bestraling vindt controle plaats. Er wordt dan onderzocht of het beoogde effect is bereikt en of er sprake is van - late - bijwerkingen. Na een maand of twee kan bepaald worden of de therapie succesvol is geweest.
Radiotherapie kan als enige behandeling worden toegepast of in combinatie met chirurgie en/of chemotherapie: de zogenaamde combinatiebehandelingen. Alle combinaties zijn mogelijk. Het effect van de radiotherapie en dat van de andere behandelingen kan hierdoor worden versterkt.
Voorbeeld. In het geval van operatie kan de radiotherapie toegediend worden
- vóór de ingreep om de tumor zo klein mogelijk te maken
- tijdens de operatie om de dosis zo gericht mogelijk toe te dienen
- na de operatie om resterende kankercellen alsnog te vernietigen
Behandelwijzer Radiotherapie
Radiotherapie van KWF Kankerbestrijding
Veelgestelde vragen
- Mag ik iemand meenemen?
Ja, u kunt iemand meenemen ter ondersteuning. Ook bij de gesprekken met de radiotherapeut - dan kunt u de informatie later nog eens samen doornemen. Tijdens de bestralingssessies verblijft uw metgezel wel in een andere ruimte, om te voorkomen dat hij aan de straling worden blootgesteld.
- Moet ik voor radiotherapie opgenomen worden?
Voor uitwendige bestraling hoeft u meestal niet opgenomen te worden. Voor inwendige bestraling vaak wel.
- Doet radiotherapie pijn?
Het bestralen doet geen pijn. U voelt, ruikt of ziet er niets van. Na de behandeling bent u niet radioactief.
- Bij wie kan ik met mijn vragen terecht?
Alle laboranten zijn deskundig op het gebied van de apparatuur en uw behandeling. Aan hen kunt u vragen stellen over de behandeling. Voor vragen over uw ziekte kunt u het best bij uw radiotherapeut terecht.
- Kan ik tussen de bestralingsessies door blijven werken?
De één heeft meer last van de bijwerkingen dan de ander. Sommige mensen kunnen tussen de bestralingen door gewoon naar hun werk, anderen voelen zich daar niet toe in staat.
- Wat zegt de duur van de bestralingsserie over de ernst van mijn ziekte?
De duur van de behandeling zegt niets over de ernst van de aandoening.
- Schrijf van tevoren wat vragen op die u tijdens het bezoek wilt stellen
- Doe geen nieuw ondergoed aan bij het bezoek aan de simulator; er worden markeerlijnen op uw lichaam getekend met viltstift. Het bestralingsveld moet gedurende de hele serie bestralingen zichtbaar blijven. Was deze lijnen dus niet weg.
- Neem iemand mee voor steun, maar ook om de informatie later nog eens mee door te nemen.
- Eet wat u gewend bent. Bij problemen met eten kunt u een afspraak maken met de diëtiste om na te gaan welk dieet voor u het meest geschikt is.
- Bij bestraling van de kaak moet uw tandarts eerst nagaan of uw gebit gesaneerd moet worden.
| Tijdens kantooruren: van 8:00 uur tot 17:15 uur |
|
| Radiotherapie (algemeen nummer van de afdeling) |
020 - 512 2100 |
| Voorlichtingslaborant (voor meer informatie over radiotherapie) |
020 - 512 2100 |
| Voorlichtingscentrum (voor algemene informatie over NKI-AVL) |
020 - 512 2991 |
| |
|
| Buiten kantooruren: |
| 's Avonds van 17:15 uur tot 08:00 uur en in het weekend kunt u contact opnemen met uw huisarts, deze zal indien nodig met de dienstdoende arts in het ziekenhuis overleggen. |
| Algemeen nummer NKI-AVL |
020 - 512 9111 |