Geschiedenis

'Bijzondere studie van den kanker'

De geschiedenis van Het Nederlands Kanker Instituut - Antoni van Leeuwenhoek Ziekenhuis begint in 1913. Half maart vonden de eerste besprekingen plaats voor het oprichten van een instituut waar ‘lijders aan boosaardige gezwellen’ behandeld konden worden. In het instituut moest ook ‘een bijzondere studie van den kanker en aanverwante ziekten’ plaats kunnen vinden. Initiatiefnemers waren de Amsterdamse hoogleraar in de chirurgie prof. dr. J. Rotgans, de Amsterdamse uitgever J.H. de Bussy en prof. W. M. De Vries, hoogleraar in de pathologie.

Landelijke actie om geld in te zamelen

De oprichtingsvergadering, op 10 oktober 1913 werd bijgewoond door zestien prominenten uit de medische wereld en de Amsterdamse burgerij. Direct na het oprichten van de Vereniging Het Nederlands Kanker Instituut werd een zeer grote landelijke actie gevoerd om geld in te zamelen. Overal werden regionale comités gevormd en prof. dr. J. Rotgans trok persoonlijk door het hele land om bij deze comités toespraken te houden. En met succes: op 26 mei 1914 was het voor die tijd hoge bedrag van 315.000 gulden (142.940 euro) bijeengebracht.

Keizersgracht

Het bedrag werd gedeeltelijk geïnvesteerd in een tijdelijke locatie aan de Keizersgracht 206, dat de naam ‘Antoni van Leeuwenhoek-huis’ kreeg. De kliniek bood plaats aan zeventien patiënten, terwijl op het lab acht à tien werkplaatsen waren. Vanaf het begin heeft de samenwerking tussen laboratorium en kliniek vooropgestaan. De hoofden van beide afdelingen waren volgens schriftelijke instructies verplicht om zoveel mogelijk met elkaar samen te werken. Ook het multidisciplinaire karakter van de behandelingen is vanaf het allereerste begin aanwezig: al sinds het begin worden alle gegevens van een patiënt opgeslagen in één dossier.

Eerste nieuwe onderzoeksgebieden

In 1916 werden de eerste nieuwe onderzoeksgebieden verkend: in de kliniek werden pogingen ondernomen patiënten te behandelen met chemotherapie, in het researchlab was men bezig met het kweken van menselijk gezwelweefsel buiten het lichaam. Ook het immunologisch onderzoek kwam van de grond. Het aantal klinische en poliklinische bestralingen nam gestaag toe.
Samenwerking met kankeronderzoekers in binnen- en buitenland werd altijd als essentieel ervaren om nieuwe ontwikkelingen in de oncologie te kunnen blijven volgen. In 1922 hield het instituut een eerste internationale bijeenkomst, waaraan tien buitenlandse en dertien Nederlandse onderzoekers deelnamen.

Wijzigingen in structuur en organisatie

Na de moeilijke oorlogsjaren werden vele wijzigingen aangebracht in de structuur en organisatie van zowel de kliniek als het researchlaboratorium. De directie werd geleidelijk uitgebreid, evenals het aantal wetenschappelijke afdelingen. In de kliniek ontstonden ook meer afdelingen: chirurgie, radiotherapie, interne, KNO, gynaecologie en klinische chemie. Er waren echter geen aparte patiëntenafdelingen, omdat de multidisciplinaire behandeling voorop bleef staan.

Ruimtetekort en verhuizingen

Al in de eerste jaarverslagen wordt melding gemaakt van ruimtetekort. De klinische en poliklinische bestralingen namen een grote vlucht, waardoor extra ruimten gehuurd moesten worden: tijdelijk aan het Rokin, en later, vanaf 1 mei 1917, aan de Prinsengracht 1011, waar twee nieuwe bestralingstoestellen werden geplaatst. In 1929 betrok de vereniging het oude Militair Hospitaal aan de Sarphatistraat.

Plesmanlaan

In 1959 viel de beslissing voor nieuwbouw op de huidige locatie aan de Plesmanlaan in Amsterdam-West. In 1976 werd begonnen met de nieuwbouw voor het laboratoriumgebouw, dat in 1979 in gebruik werd genomen. In 2001 werd besloten tot de bouw van een nieuw ziekenhuis, grenzend aan het gebouw aan de Plesmanlaan. Dit nieuwe ziekenhuisgebouw is september 2003 in gebruik genomen.