Onderzoek door het NKI-AVL toont aan: Mutatie kan verschil in keuze behandeling borstkanker maken

14-12-2011


Erfelijke borstkanker wordt vaak veroorzaakt door mutaties in het BRCA1-gen. Tot nu toe werd deze groep vrouwen veelal met dezelfde middelen behandeld, maar onderzoek van het Nederlands Kanker Instituut – Antoni van Leeuwenhoek Ziekenhuis (NKI-AVL) brengt hier enige nuance in aan. Het laat zien dat het voor de beste behandeling kan uitmaken welke mutatie een patiënt precies heeft. De resultaten hiervan worden vandaag gepubliceerd in het toonaangevende vakblad Cancer Cell.

Wereld van verschil
Onderzoekers Jos Jonkers en Rinske Drost bestudeerden de effecten van de vaak voorkomende BRCA1C61G-mutatie op tumorontwikkeling en therapiegevoeligheid in genetisch gemodificeerde muizen. In tegenstelling tot andere BRCA1-mutaties, die meestal tot volledig verlies van het BRCA1-eiwit leiden, produceren cellen met een BRCA1C61G-mutatie nog steeds een – weliswaar kreupel – BRCA1C61G-eiwit.
De onderzoekers ontdekten dat de aan- of afwezigheid van het BRCA1C61G-eiwit geen enkele invloed heeft op de ontwikkeling van de tumor. Bij de behandeling echter was er een wereld van verschil. Tumoren met de Brca1C61G-mutatie bleken veel minder gevoelig voor behandeling met PARP-remmers en cisplatine dan tumoren zonder BRCA1. Bovendien ontwikkelden ze snel resistentie. Blijkbaar is het BRCA1C61G-eiwit niet in staat om tumorvorming te onderdrukken, maar kan het tumorcellen wel tegen deze therapieën beschermen...

Lees hier het volledige persbericht