NKI-AVL als kweekvijver

15-02-2007


Het NKI-AVL wordt over het algemeen gezien als een succesvolle combinatie van een gespecialiseerd kankerziekenhuis en een gerenommeerd research instituut. En dat is het ook. Maar degene die onze “mission statement” kent, zal opvallen dat onze taak niet daartoe beperkt blijft. 

Wij rekenen ook de overdracht van kennis en bekwaamheden tot een van onze kerntaken: “Het NKI-AVL beoogt de deskundigheid op het gebied van de kankerbestrijding ook buiten het instituut te verhogen, door het overdragen van kennis en het opleiden van artsen, onderzoekers en andere werkers in de oncologie”, dit in het besef dat het NKI-AVL op deze manier het belang van de kankerpatiënt het beste dient. Zo heeft het NKI-AVL een groot aantal opleidingsplaatsen, van chirurgie tot radiotherapie, van onderzoeker tot verpleegkundige. Het verzorgt een landelijk erkende vervolgopleiding oncologieverpleegkunde die jaarlijks door ongeveer 50 verpleegkundigen uit een groot aantal ziekenhuizen wordt gevolgd. Daarnaast zijn er tal van andere opleidingen die artsen en verpleegkundigen toerusten voor specifieke taken in de oncologie.

De grootste opleidingstaak betreft de onderzoekers in opleiding (OIO’s), een opleiding die primair aan universiteiten is toebedeeld. Samen met het AMC en het VUmc hebben wij daarom de “Oncology Graduate School Amsterdam” opgericht die voor cursussen en de begeleiding van promovendi zorgdraagt. Onze stafleden, waarvan er bijna 30 bijzonder hoogleraar zijn bij een van de Nederlandse universiteiten, zijn  intensief betrokken bij de begeleiding van ruim over de honderd OIO’s  die in het NKI-AVL werken. Jaarlijks verdedigen ongeveer 20 van hen hun proefschrift. Daarmee is het NKI-AVL verreweg de belangrijkste opleider van promovendi werkzaam in het kankeronderzoek.

Veel van de gepromoveerden blijken ook zo gefascineerd te zijn door onderzoek dat ze er hun carrière van maken. Ook de vele postdocs, onderzoekers die na hun academische promotie nog een aantal jaren extra onderzoekervaring opdoen, krijgen in het NKI een extra zetje. Als gevolg bekleden nu veel van onze gewezen promovendi, postdocs en stafleden belangrijke posities in andere instellingen, aan Nederlandse universiteiten maar ook aan vooraanstaande Amerikaanse instituten zoals de Stanford University, het Whitehead Institute (MIT) en de Rockefeller University. Met de recente benoeming van Ronald Plasterk tot minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen zou men de indruk kunnen krijgen dat het NKI-AVL ook een kweekvijver is voor politici. Dat is misschien al te veel eer. Het laat wel zien dat wij er erg op gebrand zijn om talentvolle onderzoekers aan te trekken, die soms over zoveel capaciteiten beschikken dat ze ook op geheel andere wijze de maatschappij kunnen dienen. Wij wensen onze oud-medewerker veel succes in zijn nieuwe positie.

Ton Berns, directeur wetenschapsbeleid