Onderzoek opvliegers na borstkanker

26-10-2006


Vrouwen die chirurgisch zijn behandeld aan een kwaadaardige tumor in de borst en daarna een aanvullende behandeling (chemotherapie en/of hormonale therapie) hebben gekregen, kunnen te maken krijgen met overgangsklachten zoals opvliegers. Het NKI-AVL is een onderzoek gestart naar de effectiviteit en bijwerkingen van de geneesmiddelen venlafaxine en clonidine die opvliegers kunnen verminderen.

Overgangsklachten

“Overgangsklachten kunnen verschillend van aard zijn, zoals gewichtstoename, invloed op het seksueel functioneren of gewrichtsklachten”, aldus nurse practitioner Boekhout. “Een van de meest voorkomende klachten zijn opvliegers. De frequentie, duur en intensiteit van opvliegers zijn bij iedereen verschillend. Op dit moment is het onvoldoende duidelijk hoe deze bijwerkingen te behandelen zijn. Uit enkele wetenschappelijke studies blijkt dat de toediening van bepaalde medicamenten de frequentie, duur en intensiteit van opvliegers kan verminderen.”

Venlafaxine of clonidine?

 “Onderzoek met de geneesmiddelen venlafaxine en clonidine hebben een daling laten zien van het aantal, de duur en intensiteit van opvliegers. Venlafaxine en clonidine zijn echter nooit onderling vergeleken. Wij weten dan ook niet aan welk geneesmiddel de voorkeur moet worden gegeven.”

Het NKI-AVL is een onderzoek gestart om er achter te komen welk medicament, venlafaxine of clonidine, het meest effectief is bij deze groep vrouwen. Daarnaast worden de bijwerkingen van deze medicijnen met elkaar vergeleken. Op die manier hoopt het NKI-AVL vrouwen in de toekomst effectiever te kunnen behandelen.

Aanmelden

Zowel verwijzers als patiënten kunnen zich rechtstreeks wenden tot nurse practitioner Annelies Boekhout, tel. 020 512 1000 of a.boekhout@nki.nl